Mieren koopgids

Hallo! Als je dit leest ga ik er van uit dat je binnenkort van plan bent een mierenkolonie aan te schaffen, zei het nu van een winkel, 2de hands, via een kennis of van een vriend. Bij het aanschaffen van een kolonie komt natuurlijk veel kijken. Wat geef ik ze van voedsel en hoeveel eet zo’n kolonie? Waarin moet ik ze houden? Wat als ze ontsnappen? Hoe lang leeft zo’n mier? Hoe weet ik dat mijn toekomstige kolonie in goede toestand bij me terecht zal komen? Kunnen mieren ziek worden en hoe kan je dit zien? Dit zijn allemaal vragen die toekomstige mierenhouders zichzelf stellen. Daarenboven zijn er ook nog vragen die maar al te vaak vergeten worden. Om onervaren (toekomstige) mierenhouders hierbij te helpen werd deze koopgids opgesteld. Heb je na het lezen van deze gids nog prangende vragen, twijfels of opmerkingen? Jouw vragen en opmerkingen zullen beantwoord worden en eventueel zelfs mee opgenomen worden in een nieuwe versie van deze gids. Stuur deze daarom zeker door naar beants.belgium@gmail.com of via onze contact pagina.

Begin bij jezelf

Voor we gaan beginnen vragen te beantwoorden, is het natuurlijk eerst belangrijk om zeker te zijn dat ook de juiste vragen allemaal gesteld worden. Een hele reeks essentiële vragen moet je eerst en vooral zelf beantwoorden:

 

Hoeveel ervaring heb je met mieren en/of insecten houden?

Een belangrijk deel van de hobby is jezelf goed informeren voor je werkelijk aan dit nieuwe avontuur kan beginnen. Heb je nog nooit op langere termijn voor insecten gezorgd (neen, wat mieren in een fles stoppen telt niet als ervaring 😉)? Dan begin je best met een zeer simpele beginnerssoort. De stereotype beginnerssoort is Lasius niger. Deze soort is veelvoorkomend en vergt weinig voorkennis of onderhoud. Andere soorten zijn ook mogelijk maar informeer jezelf zeer goed, zowel online als bij de verkoper. De leukste soorten zijn vaak wat ingewikkelder om te houden en indien je niet goed weet wat je doet is de kans dus ook groot dat je met een teleurstelling zal eindigen. Start dus simpel! Het succesvol opgroeien van een kolonie, onafhankelijk van de soort, kan op zich al zeer veel voldoening geven. Heb je wel al ervaring met het houden van insecten? Bekijk dan eerst goed welke omstandigheden mieren nodig hebben, maar ga best toch ook even voor beginnerssoorten. Eens je wat ervaring opbouwt met 1 of 2 beginnerssoorten kan je al wat moeilijkere soorten aanschaffen. Maar ook hier opnieuw is de boodschap: informeer voor je eraan begint en wees zeker dat je alles hebt wat nodig is om jouw mieren te verzorgen!

 

Hoeveel budget en tijd wil je investeren in deze hobby?

Het mooie aan deze hobby is dat je met een minimaal budget en slechts een uur of 2 per week al zeer makkelijk hiermee kan beginnen. Indien je dit wenst, heb je echter wel de optie om meer budget en/of tijd hierin te steken. Beslis dus voor jezelf hoeveel tijd en budget je hieraan wil spenderen. Er is geen correlatie tussen de hoeveelheid tijd of budget dat je hierin steekt en de resultaten die je zal behalen. Je kan online makkelijk kolonies en benodigdheden vinden die een groot budget vereisen maar waarmee het na een week al kan mislopen. Beslis dus volledig voor jezelf welk budget je wil gebruiken, onafhankelijk van aanbod.

 

Waarom wil je mieren houden?

Dit is een zeer belangrijke vraag die ook deels het antwoord op de vorige vraag zal bepalen. Wil je een mooie setup maken om op de kast te zetten thuis? Dan zal je budget waarschijnlijk wel wat hoger liggen dan als je gewoon eens benieuwd bent naar hoe het allemaal in zijn werk gaat. Denk hier dus ook goed over na en pas je aankoopgedrag aan aan wat je wil, laat je niet meeslepen door mooie advertenties of verkooppraatjes. Het is belangrijk dat je je houdt aan jouw motivatie-reden voor het houden van mieren. Deze kan natuurlijk veranderen tijdens het zoeken.
Afhankelijk van de reden voor jouw aankoop zul je misschien ook in andere miersoorten geïnteresseerd zijn. Wil je met jouw 4-jarig zoontje de kolonie houden? Dan ga je misschien best voor een soort die niet kan steken. Droom je van een kolonie met duizenden mieren? Zoek dan een soort die wat sneller groeit.

 

Hoeveel wil je leren over mieren, hun levensstijl en hun levensomstandigheden?

Het antwoord op deze vraag zal bepalen hoe ingewikkeld jouw mierensoort mag zijn. Vind je het houden van mieren een leuk idee maar wil je niet te veel opzoeken? Neem dan zeer makkelijke beginnerssoorten die robuust zijn, makkelijk in onderhoud en niet veel vereisten hebben qua vochtigheid, temperatuur etc. Wil je echt gedetailleerd leren over mieren, hun manier van leven, hun specifieke vereisten, hun leefomgeving? Dan kan je misschien voor wat complexere soorten gaan die bijvoorbeeld wat meer vochtigheid nodig hebben, of specifieke levensomstandigheden (eikelmieren (Temnothorax sp.) zijn hier bijvoorbeeld wel interessant voor als beginner). Hou het echter wel simpel in het begin. Zo klinken bladsnijdersmieren heel fascinerend, maar deze vereisen een ervaren verzorger en ingewikkelde setup!

 

Kwaliteit

Mierenkolonies zijn net als andere dieren gevoelig aan de omstandigheden waarin ze gehouden worden. Zijn deze omstandigheden niet ideaal dan kan het zijn dat een kolonie ziek of ongezond wordt. Daarenboven zijn ook niet alle kolonies gelijk. Natuurlijke diversiteit zorgt er soms voor dat bepaalde kolonies veel sterker en gezonder zijn dan hun andere soortgenoten of net veel zwakker. Hieronder wat tips om te bepalen of jouw kolonie gezond is en wat factoren waar je rekening mee kan houden bij het beslissen van een aankoop.

 

Oorsprong kolonie

Over het algemeen bestaan er 2 directe methoden om een mierenkolonie te verkrijgen (naast het kopen): Vangen van een koningin nadat deze een bruidsvlucht heeft gehad of het opgraven van reeds bestaande kolonies in de natuur. Beide manieren hebben wat voor- en nadelen. Het is dus belangrijk om na te vragen bij jouw verkoper hoe deze kolonies verkregen zijn.

Elk jaar zullen veel kolonies van dezelfde soort op hetzelfde moment gevleugelde mieren produceren, zogenaamde alates. Deze zijn ofwel mannetjes ofwel onbevruchte vrouwtjes. Wanneer de omstandigheden goed zijn vliegen al deze mieren samen uit en paren in de lucht, de bruidsvlucht. Na de bruidsvlucht zullen de mannetjes afsterven terwijl de bevruchte koninginnen landen, hun vleugels afwerpen en een plaatsje zoeken om een kolonie op te starten. Dit is ook het moment waar mierfanaten het hele jaar door naar uitkijken en dus ook klaarstaan om enkele van die bevruchte koninginnen te vangen. Deze kunnen dan als vers gevangen koningin verkocht worden of eerst wat opgegroeid worden tot de eerste werksters en dan verkocht. Let echter wel op:

  • Een koningin die haar vleugels afstoot is niet altijd bevrucht. Een onbevruchte koningin zal enkel eitjes kunnen leggen waar mannetjes uit komen. Dit zal dus niet leiden tot een succesvolle kolonie dat (vrouwelijke) werksters vereist. Of een koningin al dan niet bevrucht is, weet je pas 100% zeker wanneer ze haar eerste werksters krijgt. Hou hier rekening mee indien je een enkele koningin koopt (ook al heeft ze broed).
  • Dus een koningin met werksters is bevrucht? Super!… Wel, neen. Het is mogelijk broed van een andere kolonie aan een koningin te geven, dit wordt soms broed boosten genoemd. Het zal ervoor zorgen dat broed dat verder staat in haar ontwikkeling (vaak al poppen) sneller tot werksters zullen leiden en de opstart van de kolonie dus zullen versnellen. Dit kan echter ook gedaan worden bij een onbevruchte koningin. Vraag dus altijd even na of een koningin “geboost” is voor je ze koopt. Vraag hoe lang geleden de boost is gebeurd en of ze van haar eigen broed ook al werksters heeft gekregen.

Indien een koningin niet gevangen wordt bestaat er een (kleine) kans dat ze lang genoeg zal leven om haar eerste werksters groot te brengen in de natuur. Deze kolonie kan dan uitgroeien tot duizenden individuen. Op dit punt is het ook mogelijk om ze uit te graven. Soms zijn kolonies die online te koop staan dus rechtstreeks uit de natuur gehaald. Naast een grotere ecologische afdruk dan het vangen van een net bevruchte koningin kan dit ook enkele mogelijke problemen met zich meegeven wanneer deze in gevangenschap wordt gehouden.

  • Een opgegraven kolonie is vaak niet compleet. Een koningin past haar gedrag aan aan de grootte van haar kolonie. In het begin zal ze nog zuinig omgaan met voedsel en dus geleidelijk aan wat eitjes produceren. Eens de kolonie groter is zal ze vaker eitjes gaan leggen omdat haar honderden tot duizenden werksters haar en het broed continu kunnen verzorgen en voeden. Wordt een kolonie met 10000 werksters opgegraven dan is deze koningin gewend aan een grote voedselinname en goede verzorging. Als er maar een honderdtal werksters worden meegenomen dan zal de voedselinput van de koningin plots dalen. In het beste geval kan ze zich aanpassen aan de nieuwe situatie en komt alles goed. Het is echter ook mogelijk dat de kolonie moeite zal hebben met zich verder te ontwikkelen omdat ze hun groei niet kunnen onderhouden. Vraag daarom altijd of en kolonie al dan niet is opgegraven en indien wel hoe lang de verkoper de kolonie al verzorgt. Het is belangrijk te weten dat de kolonie een gezonde koningin heeft die aangepast is aan de koloniegrootte. Indien ze al zekere tijd verzorgd wordt in gevangenschap zal de kans groter zijn dat de kolonie gezond is en zal blijven.
  • Je kan de leeftijd van de koningin niet weten wanneer ze in het wild gevangen wordt. Een mierenkoningin leeft niet voor eeuwig en zal uiteindelijk (meestal pas na jaren) ook sterven. Indien je pech hebt kan je een gevangen koningin die al naar het einde van haar levensduur aan het gaan is krijgen. Deze kan dan al sneller dan verwacht overlijden.
  • Sommige kolonies hebben meer dan 1 koningin, deze worden polygyn genoemd. Het is echter zo dat sommige polygyne soorten onbevruchte koninginnen terug toelaten in het nest. Deze gedragen zich dan vaak als grote werksters. Indien een kolonie opgegraven wordt en hier zijn meerdere koninginnen aanwezig, dan is het niet zeker dat alle koninginnen wel bevrucht zijn. Koop je een enkele koningin (of kolonie met 1 koningin) van een polygyne soort, vraag dan altijd achter de oorsprong en of ze al zelf eitjes heeft gelegd die zich verder hebben ontwikkeld tot werksters. Koop je een kolonie met meer dan 1 koningin, dan loop je altijd het risico dat ze niet allemaal bevrucht zijn.

Vraag dus altijd naar de oorsprong van de kolonie, hoe lang de kolonie al in het bezit is van de verkoper en hoe de kolonie zich heeft ontwikkeld gedurende haar periode bij de verkoper. Indien een kolonie (buiten winterslaap/rust) op een periode van enkele weken geen nieuwe werksters of broed heeft gekregen, dan is er mogelijk iets mis met de gezondheid van de kolonie (of de verzorgingsmethode van de verkoper, dit kan eventueel bewust gedaan zijn). Hou wel rekening met de soort (grotere soorten hebben bvb langer nodig om werksters te produceren uit een ei).

 

Hygiëne

De algemene “hygiëne” van een kolonie is een iets moeilijker punt. Mieren verwerken hun voedsel tot o.a. uitwerpselen en er blijft ook vaak wat van het voedsel over (exoskelet insect, uitgedroogde druppel suikerwater…). Hierdoor zal een nest van een kolonie er soms vuil uitzien. Het is daarom niet altijd even makkelijk in te schatten of een buisje “te vuil” is. Zo produceren sommige soorten enorm veel afval waardoor het praktisch onmogelijk is ze in een proper nest te houden. Er zijn echter wel enkele situatie waarbij je terecht de hygiëne van een nest in vraag kan stellen. Vraag dus altijd een foto van de kolonie voor je ze koopt. Zo heb je een idee van het werkelijke aantal werksters, algemene properheid van het buisje en of je ook werkelijk zal krijgen wat je verwacht. De volgende dingen kunnen wijzen op problemen als je ze op de foto ziet:

  • Verkleuring watje en waterreservoir. Dit is een iets genuanceerder punt. Vaak zit er afval en uitwerpselen op het watje van het waterreservoir. Dit is vaak niet schadelijk voor de kolonie. Zie je echter dat het volledige watje (niet enkel aan de kant van de mieren maar ook aan de kant van het water) er “ranzig” uitziet (glimmend/vettig uitziend), dan zit er waarschijnlijk een schimmel in het watje en moet de kolonie verhuisd worden. Haal dit dan aan bij de verkoper en vraag dat hij ze verhuist naar een nieuw buisje, ook al moet je dan misschien wat langer wachten.
  • Kleine witte of rode stipjes. Ook hier zijn er verschillende mogelijkheden. Sommige soorten hebben uitwerpselen die witgele puntjes vormen. Dit kan geen kwaad. Zijn het echter bewegende (vraag eventueel een video) kleine witte of rode puntjes, dan heeft de kolonie waarschijnlijk mijten. Niet alle mijten zijn schadelijk voor mieren, maar als algemene raad zou ik zeggen, laat deze dan linksliggen. Het is perfect mogelijk dat deze mijten niet schadelijk zijn, maar dat kan je onmogelijk weten via een video of foto.
  • Voedselresten in buisnest van de kolonie. Veel verkopers van mieren (o.a. ook de winkels) houden de kolonies in proefbuizen en voeden ze hier ook in. Dit is geen enkel probleem zolang de voedselresten regelmatig worden verwijderd. Zie je voedselresten op een foto, vraag dan of dit een recente foto is en hoe lang dat voedsel er al in ligt. Indien het niet dagvers is, vraag dan dat het buisje proper wordt gemaakt (en eventueel wat vers voedsel in wordt gedaan voor de verzending, ook al is dit niet nodig). Voedselresten in een gesloten vochtige ruimte zorgen voor schimmel. Een kolonie in deze staat versturen vergroot de kans op ontwikkeling van schimmel onderweg. Indien je beschimmelde voedselresten op de foto ziet moet je jezelf de vraag stellen hoe goed de verkoper voor de kolonie heeft gezorgd. Spreek hem/haar hier dan ook over aan.
  • Waterniveau. Water is essentieel voor alle dieren. Dat is ook voor mieren niet verschillend. Kijk op de foto steeds of er een goed gevuld waterreservoir aanwezig is (of een andere manier van vochtvoorziening) aangezien een kolonie binnen enkele uren tot dagen volledig kan uitsterven indien ze geen water hebben. Indien het op de foto niet duidelijk is vraag je er best eens naar.

 

Levende aankomst garantie

Dit is een term die je misschien zal tegenkomen tijdens jouw zoektocht. Wat de verkoper hiermee bedoelt is dat indien de kolonie niet heelhuids bij jou toekomt, je gegarandeerd een nieuwe kolonie opgestuurd krijgt of jouw geld terug (of een andere vorm van compensatie). Dit is meestal een teken van vertrouwen van de verkoper in de gezondheid van zijn kolonie en dat hij deze ook goed klaarmaakt voor transport. Indien dit niet wordt vermeld, maak dan duidelijke afspraken met de verkoper wat er gebeurt indien er iets misloopt (sterven mieren onderweg, verloren gaan pakket…)

 

Benodigdheden

Naast een mierenkolonie heb je ook allerlei ander materiaal nodig in deze hobby. Hieronder een overzicht van enkele van deze materialen, waarop je moet letten en hoe belangrijk ze zijn.

Nest

Heel vaak worden jonge mierenkolonies gehouden in een reageerbuis met waterreservoir. Dit is een zeer eenvoudige setup die voor de meeste soorten zeer geschikt is. Het is ook makkelijker dit buisje te verzenden met de post dan een volledig nest. Daarom zal jouw kolonie dus vaak toekomen in een reageerbuis.
Nu is het natuurlijk heel aanlokkelijk om een mooi nest voor jouw mieren te maken of te kopen. Het is echter zo dat het hier bij de meeste beginners misloopt. Gulden regel: Een kolonie met minder dan 50-100 werksters hou je best in een reageerbuis! Voor de meeste soorten betekent dit dus dat je ze de eerste 1-2 jaar in een reageerbuis zal houden. Ondanks adviezen voor nesttypes die je kan vinden online (vaak ook verspreid door verkopers van die nesten) reken je er best niet op dat jouw kolonie meteen in een mooi nest zal kunnen gaan. Mieren zitten over het algemeen krap op elkaar en vaak wordt overschat hoeveel plaats ze nodig hebben. Hierdoor worden veel te jonge kolonies vaak in een te groot nest geplaatst met als gevolg dat de kolonie enorm veel stress ondervindt, er afval opstapelt in het nest wat leidt tot schimmels en parasieten en dat de kolonie uiteindelijk stopt met ontwikkelen of zelfs uitsterft. Dus nog eens herhalen voor alle zekerheid: kolonies met minder dan 50-100 werksters steek je niet in een nest! (Kleine zijnotitie, het is in sommige gevallen mogelijk als je nest goed aangepast is aan de kolonie, maar indien je geen ervaring hebt doe je dit best gewoon niet).

Naast de grootte van een nest zijn soms ook de materiaaleigenschappen van het nest niet ideaal voor jouw kolonie. Om hier een hele oplijsting van soorten nesten en voor- en nadelen te vermijden zal ik het houden op het volgende: Wil je heel graag een bepaald type nest? Zoek dan online op of vraag in de community welke soorten het er goed in doen. Heb je een soort en wil je ze graag een nest geven, zoek dan online op of vraag in de community welk nest het best geschikt is voor jouw soort. Elk soort nest heeft bepaalde hardheid, vochtretentie, enz. die beperkend kan zijn voor welke soorten je erin kan houden.

 

Buitenwereld

Opnieuw een makkelijke regel: vanaf dat je werksters hebt kan je jouw kolonie aansluiten op een buitenwereld. Deze buitenwereld kan zeer complex zijn met luiken, aansluitingen, verluchtingsgaten afgesloten met benzinegaas, wat mooi substraat en planten enz., of het kan een simpele doos zijn met een goed aansluitend deksel. Ook dit heeft weer te maken met hoeveel moeite je zelf wil steken in het maken van een buitenwereld of welk budget je hebt om er één te kopen. Over het algemeen zijn er 3 belangrijke eigenschappen voor een buitenwereld: Niet toxisch (let bijvoorbeeld op welke lijm je gebruikt), ontsnappingsvrij en goed verlucht. De twee eerste spreken voor zich. De goede verluchting helpt bij het vermijden van schimmel.

 

Anti-uitbraak

Je wil natuurlijk ook niet dat jouw mieren ontsnappen. Hiervoor zijn verschillende middeltjes beschikbaar. Dit kan gaan van simpelweg een deksel gebruiken tot een laagje van iets op de wanden te smeren waar de mieren niet overheen kunnen. Let hierbij wel altijd op dat al deze goedjes om op de wanden te smeren een bepaalde werkingstijd hebben en erna vervangen moeten worden. Een deksel moet er soms ook af voor verluchting en voedsel te geven, dus niet ideaal als je een kolonie van 10000 werksters hebt die heel de tijd in jouw buitenwereld rondlopen. Informeer goed over de opties. Start met simpele goedkope oplossingen (bvb olie, talk in alcohol) en kijk hoe goed deze werken en hoe praktisch ze zijn voor je duurder oplossingen gaat kopen. Een duurdere oplossing is niet altijd een betere. Probeer ook altijd wat online recensies terug te vinden aangezien gelijkaardige producten bij verschillende verkopers soms van verschillende kwaliteit zijn. Indien je anti-uitbraak wil uittesten doe je dit best op een buitenwereld die nog niet is aangesloten op jouw kolonie en waar je dan werksters van jouw eigen kolonie of wat “wilde” werksters in kan leggen om te zien of ze kunnen ontsnappen. Zo kan je de anti-uitbraak laag makkelijker aanbrengen en vermijd je directe problemen voor jouw kolonie door gebrek aan ervaring.

 

Voedsel

Mieren hebben (naast water) suikers en eiwit nodig. Hoeveel van elk hangt af van de soort. Over het algemeen kan je de meeste jonge kolonies 1x per week voeden. Hou bij het kiezen van voedsel rekening met de grootte van jouw kolonie en de grootte van het voedsel. Een kolonie met 10 werksters zal geen volledige meelworm eten, je kan dus misschien best fruitvliegjes aanbieden tot ze talrijker zijn. Je hoeft ook niet meteen te grijpen naar voedseldieren. Veel mieren lusten ook wel wat suiker gemengd in water, honing of het stukje kip van op jouw boterham deze middag. Je kan hiermee wat experimenteren. Let wel goed op voor mogelijk giftige stoffen aanwezig op het voedsel dat je aanbiedt. Ook hier is jouw budget en tijd een belangrijke factor.

 

Gereedschap

Je zal misschien ook een hele reeks gereedschap online kunnen terugvinden voor het houden van mieren. Dit kan gaan van pincetten tot spuitjes of vreemde haakjes om watjes uit een proefbuis te halen. Weet dat zeer veel van deze dingen “luxeproducten” zijn. Ze kunnen het jou veel makkelijker maken maar zijn daarom niet essentieel. Ga je een nest kopen met een gaatje van 2 mm om het waterreservoir bij te vullen? Dan koop je hier misschien best een spuitje bij want aan de kraan zal dat niet makkelijk lukken. Een speciaal haakje om watten uit proefbuizen te halen klinkt idd wel zeer handig, maar misschien heb je thuis al iets anders liggen waarmee het lukt (een satéstok werkt bijvoorbeeld ook)? Ook hier moet je best eerst eens goed nadenken wat je thuis eventueel al hebt liggen en wat echt een meerwaarde zal zijn voor jouw uitvoering van de hobby. Twijfel je erover? Bekijk recensies indien deze beschikbaar zijn of vraag eens rond bij andere mierenhouders.

0

Scroll naar top

Bedankt!

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Benieuwd naar onze laatste ontwikkelingen, productupdates en nieuwe voorraad? Schrijf je nu in en geniet van exclusieve voordelen!